Mee met Roel en René: op de vrachtwagen van de kringloop

Vier adressen staan er vandaag op het lijstje van chauffeur Roel en bijrijder René van kringloop La Poubelle. Ze vertrekken met een lege wagen, en komen terug met een halve inboedel. Roel: ‘Als het er goed uitziet, neem ik het mee.’

 

Kringloopbedrijf La Poubelle in Tilburg komt op deze vrijdagochtend rond negen uur ’s ochtend tot leven. Sorteerders en verkopers doen hun kluisje op slot, iemand neemt nog een laatste slok koffie, Roel - een lange kerel, handschoenen in z’n achterzak - kruipt achter het stuur van de witte vrachtwagen. René - lang haar, snor, en een rock-t-shirt - stapt aan de andere kant in. Op naar Goirle, zegt Roel, terwijl hij de vrachtwagen start en het terrein van de kringloopwinkel afrijdt. Dit is één van de drie wagens van La Poubelle. Ze rijden de hele omgeving af: Goirle, Lage Mierde, zelfs in Baarle-Nassau komen ze. ’s Ochtends halen ze spullen op, ’s middags brengen ze spullen weg. Roel: ‘Het is wel leuk: ‘s ochtends haal je iets op, en ‘s middags zie je dat mensen het met een blij gezicht in hun auto laden.’

 

Bij een hoekhuisje op het terrein van De Bocht, een stichting die hulp verleent aan jeugd, vrouwen en gezinnen, staat Renata van dertig al te wachten. Roel draait achteruit het gras op. De achterklep gaat open. René en Roel laden twee bedden en een uit elkaar geschroefde kast in. Renata zou wel willen helpen, maar ze kán niet meer, zegt ze: ‘Die bedden heb ik al twee keer in m’n handen gehad: wat zijn díe zwaar!’ Ze gaat morgen - na twee jaar wonen op De Bocht - met haar twee zoontjes verhuizen naar een zelfstandige woning in Tilburg. Onverwacht kreeg ze van de gemeente Tilburg een leuk bedrag om haar nieuwe huis in te richten. ‘Toen heb ik in de aanbieding twee autobedden gekocht voor de jongens!’

 

‘En ik heb trouwens ook nog deze lamp.’ Renata komt met een hoge staande lamp met krullerige armen en decoratieve peertjes haar voordeur uit. ‘Ik heb ’m niet aangemeld, maar misschien kunnen jullie die ook meenemen?’ Roel: ‘Ja hoor, dat is een mooie lamp.’ Hij zet ’m met een touw vast in de laadbak. De wagen rijdt langzaam het terrein weer af. René: ‘Mensen bieden onderweg vaak extra spullen aan.’ Roel: ‘En als het niet te gek wordt, neem ik het mee. Laatst kwam een buurman z’n huis uit. Die wilde ook iets meegeven. Het zag er goed uit, dus ging het gewoon mee.’

 

Na een paar U-bochten - vanwege een oude TomTom - komen Roel en René aan bij zorgcentrum de Guldenakker. Mevrouw Van Meer (89) staat al te wachten bij de voordeur van haar appartement. Ze wijst naar een prachtige donkerbruine lederen fauteuil die een paar meter verderop klaar staat. ‘Deze stoel is nu te laag voor me’, legt ze uit. ‘Vanwege een hernia in mijn rug. Ik heb nu een andere gekocht.’ De stoel heeft wieltjes: René heeft de steekwagen voor niets de lift in gewurmd, maar dat maakt hem niet zo uit. ‘Af en toe maken we - zoals nu - een praatje met mensen’, vertelt hij terwijl de lift naar beneden zoeft. ‘Als we er tijd voor hebben tenminste; dat wisselt nogal.’

 

Maar vandaag is het rustig. Gelukkig maar, want de TomTom heeft duidelijk kuren. Via een omweg arriveren we aan de Nieuwstraat: ook hier is een zorgcentrum gevestigd. Mevrouw Van de Lisdonk, een heel kleine vrouw, doet haar bank weg. Terwijl Roel en René de bank en de kussens door de smalle gang naar de lift manoeuvreren, vertelt zij: ‘Het klinkt misschien raar, maar ik kan niet languit liggen op deze bank. Ik ben ziek geweest en soms vind ik het fijner om op de bank te liggen dan op bed. Er moet dus gewoon een nieuwe komen. Ik heb er twee weken geleden een uitgezocht.’ Als de bank bij de fauteuil, de bedden en kasten in de laadbak staat, kijkt Roel kijkt op de lijst met adressen: ‘Om de inboedel compleet te maken, gaan we zo meteen nog een vloerkleed, en een staande lamp halen!’

 

Vooral bij ontruimingen van hele inboedels kom je vreemde dingen tegen, vertelt Roel, die veel werk doet voor het Brabants Afval Team (BAT). ‘Ik heb eens een fles whiskey uit Laos gezien, met daarin een slang die een kleine slang in z’n bek hield. En ik vond ooit ook een kistje met, eh, hoe zal ik zeggen, vrouwengenotsmiddelen.’ Ook René verbaast zich soms over de inhoud van een huis: ‘Vorige week waren we bij een man die professor was geweest: die had heel veel boeken, maar ook een doos vol sleutelhangers.’ Roel vat het kringloopwezen samen: ‘Ja, het is hard werk, maar ook leuk, want je komt van alles tegen.’

 

Bij het laatste huis van de dag doet Henri, een man van achterin de vijftig, zongebruind en in een bermuda, kordaat de deur open: ‘Hallo!’ zegt hij vrolijk, en wijst de mannen een grote stapel spullen in de garage. Verder is het huis helemaal leeg. Henri: ‘Wij zijn kleiner gaan wonen, dus hebben we veel weggedaan. Wij willen een gebaar maken, niet omdat we van onze rommel afwillen, maar omdat er spullen tussen kunnen zitten waar anderen nog heel gelukkig van kunnen worden.’ Als de laatste kunstplant is ingeladen zegt hij voldaan: ‘Zo, komen die spullen toch nog goed terecht!’
 

Reacties

Er is 1 reactie

leny van de bund
24 nov 15:40
mooie verhalen over hun spullen mijn schoonmoeder heette ook van de Lisdonk en moet fam. zijn want zij kwam van oorsprong uit goirle. en heeft 50 jaar in Nijmegen en omgeving gewoond daarvoor kwam ze van Amersfoort omdat ze met haar fam, daar terecht zijn gekomen omdat haar vader bij de spoorwegen ging werken .
vandebund@live.nl
 


Tagcloud

Partners in dit project zijn:













Ga nu naar de website van Erfgoed Brabant
 
X