Geen pampers, geen stofzuiger, geen koelkast en geen auto

Margaretha van Boekholt (Greet) werd honderd jaar geleden geboren in Boxmeer. Van jongs af aan werkte zij hard: poetsen, schrobben, voor haar zes kinderen zorgen. Toen die eenmaal op eigen benen stonden, ontdekte zij haar grootste hobby: kienen. ‘Dat was wat ik het liefste deed.’

 

‘Ik heb altijd met plezier in Boxmeer gewoond. Toen ik trouwde ging ik wonen in D’n Entrepot: ik was 28 en m’n man 32. Die huizen zijn nu afgebroken, maar het was behelpen: met vier man haalden we water aan één pomp. Ik trouwde in oktober en in mei brak de oorlog uit. Een jaar daarop kreeg ik een tweeling. We zijn tijdens de oorlog tijdelijk weggeweest uit Boxmeer; het hele dorp werd geëvacueerd. Vreselijk, ik ging er niet graag weg. We moesten naar Sint Anthonis lopen, met de drie kinderen. Uiteindelijk zijn we in Wanroij gebleven. Bij één boer sliepen we zelfs in de bedstee. Als ik hier boerenkool krijg, dan denk ik nóg aan die boer. Ik vond het heerlijk om na de oorlog weer thuis te komen. Het huis stond er gelukkig nog. Later zijn we aan de Van Sasse van IJsseltstraat gaan wonen, in een nieuw huis.

Het was vroeger hard werken. Ik werkte vóór mijn trouwen als hulp in de huishouding in Nijmegen, en in de sigarenfabriek waar mijn vader werkte. En ik was erg proper, al zeg ik het zelf. Iedere week de stoep schrobben, iedere dertig dagen de ramen zemen. Dat doen mensen nu niet meer. Dan hebben mensen het over het douchen. Ik vind dat helemaal niet erg, dat we eens in de week douchen: ik was pas 38 toen ik in een huis kwam te wonen waar ik kon douchen. Dat wás vroeger zo. We hadden ook geen washandjes. Je waste je gewoon met je handen. Ik had geen pampers, ik had geen stofzuiger, ik had geen koelkast en geen auto. Maar toch ben ik honderd jaar geworden!

Die prijs op de kast heb ik ooit gewonnen met kaarten. We gingen altijd met drie vrouwen kaarten: remien of jokeren. Dat was mooi. En kienen, dat heb ik wel veertig jaar gedaan. Dat was het liefste wat ik deed. Ik heb veel gewonnen: thee doeken, bonbons, negerzoenen, plantjes. Eerst was het tegenover de Hema, toen later hier in het centrum, bij de kerk. Ik ging overal kienen waar dat kon. Maar niet buiten het dorp. Ja, toch wel: naar Beugen. Eén mevrouw had een tweepersoonsauto. Die nam mij dan mee. Heerlijk. Maar nu kan ik niet meer zien, dus ga ik bijna niet meer. Gelukkig is het dinsdagmiddag hier. Van half drie tot vier uur. Dat is leuk. Het gaat ook heel langzaam. En er zit een mevrouw bij om mij te helpen, vanwege mijn ogen. Ja, ik ben gek op dat kienen!

Oudste dochter Wennie Moors-van Boekholt vertelt: ‘Voordat ons moe in De Elsendonck kwam wonen, woonde ze ongeveer vijftien jaar in de Markt straat, in een klein bejaardenhuisje. Daar heeft ons pap vóór zijn dood trouwens ook kort gewoond. Maar ons moe brak rond haar 88ste haar heup, en kreeg kort erna ook een lichte hersenbloeding. Er was wel thuishulp, maar niet in het weekend: dan gingen wij om de beurt naar haar toe. Na een jaar, ze was toen 89, is ze verhuisd naar het verzorgingshuis. Dat vond ze in het begin vreselijk. Veel van haar spullen hebben we weg moeten doen. Van het tweepersoonsbed heeft mijn man een eenpersoonsbed gemaakt voor mijn zoon. De wasmachine is naar een broer van mij gegaan, en het logeerbed, waar dat is gebleven? Ik denk naar de belt.’

Reacties

Er zijn nog geen reacties



Tagcloud

Partners in dit project zijn:













Ga nu naar de website van Erfgoed Brabant
 
X