Een erepenning als dank

Jan Abrahams, geboren in 1921, is een echte self-made man: van boerenzoon opgeklommen tot directeur van de Boerenleenbank - later de Rabobank - in Hilvarenbeek. Daarnaast was hij bijna veertig jaar voorzitter van het gilde Sint Sebas tiaan: een grote, zilveren erepenning herinnert aan die bijzondere tijd.

 

‘Het Sint Sebastiaansgilde bestaat al vijfhonderd jaar. Vroeger, voordat er politie bestond, zorgden de gildes en schutterijen voor bescherming. Ik ben in 1950 lid geworden: toen was ik negenentwintig of dertig. Het gilde telde toen ongeveer veertig mensen. Mijn vader was er ook bij, en een aantal broers. Ik ben er dus mee opgegroeid. Je kon er het nuttige met het aangename verenigen: we zamelden bijvoorbeeld geld in voor katholieke goede doelen, met wedstrijden of loterijen. Op woensdagavond kwamen we voor ontspanning bij elkaar. Dan deden we schietoefeningen met handbogen. Naderhand dronken we bier, of een borreltje. We speelden ook wel kaart. Je hebt ook verenigingen waar het schieten het doel is, maar bij ons was het eigenlijk bijzaak.

Er wordt bij Sint Sebastiaan nog steeds volgens een oude methode gestemd als er iemand bijkomt. Vijfhonderd jaar geleden kon niet iedereen schrijven, natuurlijk. Dus dan kreeg je een boon en een erwt. Als je tegen was gaf je de erwt. Als je vóór was de boon. Dat gaat nog steeds zo: mooi, hè? Zo wordt ook op de hoofdman, of voorzitter, gestemd. Vanaf 1963 ben ik 37 jaar hoofdman geweest. Op mijn tachtigste ben ik opgehouden, vanwege mijn leeftijd. Bij mijn afscheid kreeg ik deze penning. Wij zijn als gilde erg bij de kerk betrokken. Wat mij bijvoorbeeld goed bij is gebleven is een prachtige excursie naar Rome, die ik in 1975 georganiseerd heb. We waren met driehonderd mensen, in een gecharterd vliegtuig. In 1985 heb ik paus Johannes Paulus II zelfs persoonlijk ontmoet. Op het vliegveld in Eindhoven ben ik aan hem voor gesteld.

Ik heb een druk leven gehad. Na de lagere school ben ik gaan werken: naar de mavo of de hbs gaan was er in die tijd niet bij. Ik ben na de oorlog wel naar de middelbare landbouwschool gegaan. In 1947 ben ik als kassier bij de Boerenleenbank gekomen. Toen ik erbij kwam was die maar klein: pas naderhand zijn de banken heel groot geworden. Ik heb flink wat economie bijgestudeerd en in 1968 werd ik directeur in Hilvarenbeek. Van drie kantoren uit de regio heb ik één kantoor gemaakt. De mensen helpen: dat vond ik het leukste aan mijn werk. Tegenwoordig zit de directeur vaak op gesloten in een hokje, maar ik wilde dicht bij de mensen zijn. Ik was niet ver van de balie. Daarom kenden ze me in het dorp ook allemaal. Op mijn afscheids receptie waren elfhonderd mensen.

Ik woonde in een mooi huis, naast het gemeentehuis. In 1994 ben ik daar weg gegaan, want de gemeente wilde het gebruiken voor de uitbreiding van het gemeentehuis. Omdat ik kleiner ging wonen, hebben we veel spullen weg moeten doen. Ik heb altijd graag boeken verzameld, dus dat was niet zo plezierig. De voornaamste boeken heb ik gehouden. De kinderen hebben wat meegenomen en verder is veel naar de heemkundekring gegaan. Ik had ook veel gildeboeken: die gingen naar het gilde, want daar hebben ze een archief. Toen ik twee jaar geleden naar de Clossenborch verhuisde, moest ik nog meer wegdoen. Ik heb de helft maar meegenomen.

Reacties

Er zijn nog geen reacties



Tagcloud

Partners in dit project zijn:













Ga nu naar de website van Erfgoed Brabant
 
X