Met sneeuw bedachten jongeren in de jaren zestig superleuke spelletjes, herinnert Rinus van der Loo zich goed. Het liep niet altijd goed af.
Rinus van der Loo, geboren in 1958 op een Berkelse boerderij, weet het nog goed: in de winter was de sneeuw fantastisch om mee te spelen. ‘Als er in de winter een pak sneeuw op de weg lag’, vertelt hij, ‘gingen wij precies in een bocht in de weg slipperen: glijden dus. Dan maakten we het zo glad mogelijk, en dan maar hopen dat er een auto langs zou komen...’
Maar ook met sneeuwballen hadden de jongens veel lol. Sommigen probeerden bijvoorbeeld de galmgaten van de kerk met sneeuwballen te raken. Ook de meisjes waren een geliefd doelwit. ‘De oude jongensschool stond in dezelfde straat als de meisjesschool’, vertelt Van der Loo. ‘Als er sneeuw lag, zorgden wij dat we er wat eerder waren. En dan gingen we de meisjes bekogelen.’ Dat liep niet altijd goed af, weet hij nog goed. ‘Eén meisje haalde haar vader. ‘Hij heeft het gedaan!’ zei ze. Ik kreeg me toch op m’n sodemieter!’ Toen Van der Loo in de vijfde klas zat, trok de jongensschool bij de meisjesschool in. ‘We kwamen dus in één klas met de meisjes die wij altijd bekogeld hadden. Maar dat ging toch best goed, hoor!’