In de jaren zestig sprak je je vrienden alleen als je elkaar in levende lijve zag. Tegenwoordig gaat dat anders.
In de stralende zon zitten ze bij het winkelcentrum in Aalst, telefoon in de hand. Als een hond even verderop een grote boodschap doet, krijgen ze spontaan de slappe lach. Dit zijn Demi, Floris, Annelotte en Lisa, alle vier 14 jaar. Ze zitten op het Pleincollege Sint-Joris in Eindhoven, maar komen nu even bij van toetsen en proefwerken. Hoe zij met elkaar afspreken? Demi somt op: ‘Ping, sms, twitter, hyves, msn.’ Maar ze zitten echt niet de hele dag achter de computer: het meeste contact gaat via de telefoon. ‘Dat vind ik fijner’, legt Annelotte uit. ‘Bovendien heb je je telefoon altijd bij je’, zegt Floris.
Met wie spreken ze dan af, via al die digitale kanalen? Met vrienden van school, vertelt Lisa, of vrienden uit de buurt. Of met vrienden van vrienden, vult Annelotte aan, ‘die je via via kent.’ Facebook gebruiken ze trouwens niet. ‘Nee, van Facebook snap ik echt niks’, moppert Floris. Nou, dát is niet het probleem, zegt Demi, ‘maar niemand met wie wij omgaan heeft Facebook.’ Wie betaalt de telefoon eigenlijk? Hun ouders gelukkig!, lachen ze. ‘Maar ik ga meestal over m’n limiet heen’, zegt Demi. Ping!