Al sinds zijn negende drumt Jan Nillesen (1947) in de drumband van de harmonie in Aalst. Hij leerde er zelfs zijn vrouw Loes kennen. Sinds die tijd is er veel veranderd.
‘Ik ben in 1956 begonnen bij de harmonie’, vertelt Jan. ‘Ik werd lid via de lagere school, want de dirigent van de harmonie was onderwijzer in de derde klas. Hij maakte reclame, kwam met briefjes langs.’ De repetities verliepen het eerste jaar nog vrij primitief, herinnert hij zich: ‘met een plankje en twee stokken.’ Pas in april 1957, op Koninginnedag, ging de kleine Jan met de drumband voor het eerst de straat op met een echte trommel. Maar zonder uniform, want dat had de harmonie toen niet. ‘Nee, daar was in 1957 geen geld voor. We moesten een wit overhemd aan, met een zwarte stropdas.’
De harmonie was in de jaren zestig echt een sociaal gebeuren, zegt Jan. Hij ontmoette er bijvoorbeeld zijn latere vrouw, Loes, die in die jaren ook bij de drumband kwam. ‘Wij waren het eerste drumstel’, grapt hij. Maar ze hadden er ook veel vrienden: ‘We waren meer bij elkaar betrokken dan alleen muziek maken. Als de harmonie een feest had, vonden wij het na afloop niet laat genoeg. Dan gingen we bijvoorbeeld bij iemand een eitje bakken. Er wordt wel eens gezegd: ‘de jeugd van tegenwoordig’, maar wij konden er ook wat van! Nu is het anders. Een feestavond organiseren bij de harmonie hoef je eigenlijk niet meer te doen, want iedereen heeft al zoveel andere dingen.’
Intussen spaarde de harmonie in de jaren vijftig voor uniformen. ‘Elke vijf jaar organiseerden we een feest, met kermis en met grote tenten’, zegt Jan. ‘Daar kwam bijvoorbeeld Corrie Brokken optreden. En we gingen elke zaterdag langs de deuren om peperkoek en lucifers te verkopen.’ Van al die opbrengsten kocht De Volharding in 1961 de eerste uniformen: bijna zwart, met een gouden streep over de broek, koperen knopen en een pet. En de dames droegen een rok, vertelt Loes. ‘Zo lang ongeveer,’ lacht Jan, terwijl hij naar z’n bovenbeen wijst. ‘Ja, tegen de jaren zeventig kwam daar na een concert wel commentaar op, op die korte rokjes’, zegt Loes. ‘Tja, het waren jonge meisjes. En je weet hoe dat gaat: die zitten niet altijd even netjes!’