Voor een gezellige dansavond hoefde Han Versmissen (1942) eind jaren vijftig niet ver te reizen. Bijna iedere zondagavond veranderde de keuken thuis in een echte dansgelegenheid.
Zij en haar zussen leerden dansen in de kerk, vertelt Han, vijfde uit een gezin van acht kinderen. ‘Toen ik vijftien of zestien was, had de Christoffelkerk in Aalst een noodgebouw. Daar werd dansles gegeven. Mijn vader zat in het kerkbestuur, dus wij moesten - om de kerk te steunen - allemaal op dansles. Met vriendinnen en met mijn zussen gingen wij daar dan ook heel vaak dansen op zondagavond. Er was geen orkest of bandje, hoor. Ze draaiden gewoon grammofoonplaten.’
De dansles wierp vruchten af. En toen iedereen kon dansen, verplaatsten ze de zondagse dansavond naar de boerderij. ‘In de keuken werd de lamp omhoog gebonden, de tafel ging aan de kant’, vertelt Han. ‘Op de grond lag een kokosmat. En dan kwamen er jongens uit Riethoven, Zeelst, maar ook uit Heeze en uit Sterksel. We dronken een kop koffie en we dansten de hele avond. Er werd geen pilsje geschonken, hooguit een glaasje ranja, maar het was altijd gezellig. We hebben wel eens met vijftien of twintig mensen in de keuken gedanst. Er waren genoeg meisjes die iedere zondagavond in Valkenswaard gingen dansen, maar wij hadden zo’n lol thuis, wij hoefden dat niet.’
In de ‘keukendisco’ werd gestijldanst, zegt Han: ‘We hadden bijvoorbeeld een paar 78-toerenplaten met tango’s en walsen.’ Maar ze deden ook aan rock ’n’ roll en de twist. ‘Oh ja, de Everly Brothers, en de Blue Diamonds. En Elvis Presley natuurlijk.’ Han kan zich haar eerste rock ‘n’ roll moment nog levendig herinneren: ‘Ik was met m’n ouders met de kermis naar café De Meiboom om een borreltje te drinken. Een neef van mijn moeder wilde met me dansen. Op een gegeven moment tilde hij me helemaal de lucht in, zodat je alleen een petticoat zag met twee benen eruit. Ons pap zat erbij en die zei: ‘Nou, dat was de eerste keer dat ik een petticoat wel mooi vond!’