Jong in Aalst

 

Harde muziek, brommers, vreemde kapsels: in de jaren vijftig ontstond in Nederland een echte jeugdcultuur. Die veroverde in de jaren zestig ook het Brabantse dorp Aalst.
 
Toneelspelen, een lezing bezoeken of een potje biljarten. Er was voor jongeren in Aalst en in het ernaastgelegen Waalre vóór de Tweede Wereldoorlog heus wel wat te doen. Maar: alleen onder toezicht. Vooral op de meisjes werd streng gelet. Zij konden bijvoorbeeld vanaf hun veertiende lid worden van de Katholieke Jeugd Vereniging. Die vereniging was zo strikt, dat in Aalst het gezegde bestond: ‘meisjes van de KJV mogen met geen jongens mee.’ Jongens én meisjes konden ook bij de Katholieke Arbeidersjeugd, de KAJ, dan waren ze kajotters of kajotsters. Maar de meeste jongeren hadden maar weinig vrije tijd. Ze gingen na de lagere school aan het werk en werkten zes dagen per week.
 
Na de Tweede Wereldoorlog begon de gemeente Aalst-Waalre te veranderen. Er kwamen nieuwe mensen wonen en er werden veel kinderen geboren. De gemeente was in 1950 extreem jong: 1100 van de zevenduizend inwoners was schoolkind. Tien jaar later waren al die kinderen jongeren geworden. Zij kregen steeds meer vrije tijd, want in 1960 werd de vrije zaterdag in Nederland ingevoerd. Dat de kloof tussen jong en oud groeide, werd duidelijk toen steeds meer jongeren een brommer kochten. Het gemeentebestuur vond die karretjes veel te lawaaierig en stelde in 1964 een ‘bromverbod’ in voor de bossen rond het dorp. Maar de jongeren van Aalst en Waalre voelden zich betutteld en trokken de verbodsborden uit de grond.
 
In de jaren vijftig en zestig kwam er in Aalst steeds meer te doen voor jonge mensen. Zo werd in september 1953 de stichting Aalst-Vooruit opgericht, die bijvoorbeeld Sinterklaasvieringen organiseerde. Er kwam ook een toneelvereniging: De Fakkel. En er kwamen verenigingen die minder nadruk legden op het geloof, zoals – vanaf het eind van de jaren veertig – de scouting. De jongensgroep St. Tarcisius groeide in de jaren vijftig zó hard, dat ze in 1957 een eigen blokhut bouwden, ‘De Kraal.’ Ook veel meisjes gingen in de jaren vijftig bij de scouting. Zij hadden geen hut, maar kwamen bij elkaar op de zolder van de oude meisjesschool. Verder konden jongeren zingen bij zangvereniging De Nachtegaal of trommelen en blazen bij Harmonie De Volharding.
 
Ook het aantal sportclubs in Aalst nam toe, vooral in de jaren zestig: jongeren hielden van de sportieve gezelligheid van die clubs. Zo kreeg Aalst in 1966 een badmintonclub: Brabantia – die trouwens nog steeds bestaat. Verder was er een rijvereniging, een voetbalclub, een judovereniging en een balletschool.  Om hun leden te houden begonnen ook katholieke verenigingen als de KAJ sportieve activiteiten te organiseren, zoals tafeltennissen of gymnastieken. Al die sporters moesten natuurlijk ergens terecht, daarom kreeg Aalst in november 1969 een echte sporthal: De Voldijn, in de gelijknamige wijk. Twee jaar later werd ook in Waalre een sporthal geopend: sportcomplex Hoeveland.
 
Net als in de rest van Nederland werden muziek, dansen en film ook steeds belangrijker voor jongeren in Aalst. De eerste filmvertoning was in 1956, in het Hazzo theater aan de Dorpsstraat. Sommige films waren alleen geschikt voor 14 jaar en ouder, bijvoorbeeld de spannende Amerikaanse western Vlucht uit Fort Bravo (1953), die in april 1957 in het Hazzo draaide. Ook rock ‘n’ roll kwam naar Aalst, maar het duurde lang voordat jongeren zonder afkeuring van volwassenen op die wilde muziek konden dansen. Pas in de jaren zeventig kregen jongeren in Aalst van de gemeente een eigen plek om te dansen en elkaar te ontmoeten. Boerderij Rijk was in die tijd dé ontmoetingsplek voor de jeugd. Jongeren uit Waalre kwamen daar trouwens niet. Zij kwamen vanaf 1976 bij elkaar in de kelder van dorpscentrum Het Klooster.
 
Tijdens deze jaren had de gemeente Aalst-Waalre één burgemeester, H.J.M. Mol. Hij trad aan in december 1945, en nam pas in het voorjaar van 1971 afscheid van de gemeente. Zesentwintig jaar lang maakte hij dus de veranderingen en de verjonging van het dorp van dichtbij mee. Tijdens zijn laatste raadsvergadering blikte hij terug op die veranderingen: vooral ‘de enorme bouwactiviteit, de toegenomen welvaart en het bloeiende verenigingsleven’ waren hem opgevallen. Aalst-Waalre was voorgoed veranderd.

 

Reacties

Er zijn al 4 reacties

Agnes de Bruin
17 aug 11:15
In de jaren zestig gingen wij al dansen bij de instuif in de oude meisjesschool (Heilig-Hartschool).
Daar werden plaatjes gedraaid en speelden er ook orkestjes.
 
Jan Nillesen
17 aug 20:57
Zabgvereniging de Nachtegaal was thuis in Waalre en niet in Aalst.
 
Jack Leijssen
30 okt 23:36
In het Klooster van Waalre gingen wij vanaf 1974 naar een jeugdsoos. Deze was op de zolder. Er werden platen gedraaid en er was een diskjockey. Daarna is dit verplaatst naar de kelder van het klooster. Toen is het "de Buffy's" gaan heten.
 
Fons Nijssen
26 jan 13:45
Die blokhut De Kraal was prachtig!! Wij zijn daar vanuit Zuid-Limburg in 1974 op kamp geweest en dat was het mooiste kamp dat ik ooit heb meegemaakt! Jammer dat het is afgebroken.
 


Tagcloud

Partner bij dit project is:



www.harmoniedevolharding.nl
Ga nu naar de website van Erfgoed Brabant
 
X