Wie bijna veertig jaar op één school werkt, ziet hoe de leerlingen veranderen. Sjaak Jansen staat op de KSE al bijna vier decennia voor de klas en maakte die veranderingen van dichtbij mee.
Toen Sjaak Jansen bijna veertig jaar geleden in Etten-Leur kwam wonen – hij was begin twintig – was het nog een ‘durp’, vertelt hij. Heel anders dan Den Bosch, waar hij daarvoor werkte. Begin jaren zeventig begon hij als tekenleraar op de Katholieke Scholengemeenschap: met zo’n 2000 leerlingen in die tijd de grootste scholengemeenschap van Nederland. En het was heel anders dan de stad, herinnert hij zich. ‘De gemoedelijkheid en de aanhankelijkheid van de leerlingen hier vielen mij echt op. Als je ze had, dan had je ze helemaal,’ zegt hij. ‘Dat is me erg goed bevallen.’ Jansen heeft Etten zien uitgroeien van een dorp tot een stad. Hoewel, bedenkt hij: ‘Etten-Leur is eigenlijk nog steeds toch te groot voor het servet en te klein voor het tafellaken.’
Toen hij begin jaren zeventig op de KSE begon, was er in Etten-Leur een levendige muziekscene voor de jeugd, herinnert Jansen zich goed. Zijn leerlingen luisterden naar piratenzenders als radio Veronica, er waren veel bandjes en er was natuurlijk een soos: De Tienerhoeve, opgericht door een uitgetreden broeder. ‘Ik kwam daar natuurlijk niet, maar mijn leerlingen wel. Er waren concerten, feestjes, disco, veel vrijen en ouwehoeren. Het was een heel sociaal gebeuren, iedereen kende elkaar.’
De digitalisering, dat is de verandering die hij in al die jaren het ingrijpendst heeft gevonden. ‘De jeugd wordt daar nu echt door gevormd. Ik wil het geen ‘tweederangs contact’ noemen, maar het directe contact verwatert toch wel. In de jaren zeventig had je geen mobieltjes. Als je elkaar wilde spreken, ging je naar elkaar toe.’ En natuurlijk komt er om de zoveel tijd een nieuwe subcultuur op. Dat weet hij, voormalig artistiekeling – nog steeds met wild haar – als geen ander. Hij heeft alle soorten jeugdcultuur wel voorbij zien komen in de loop der jaren. ‘Ik heb bijvoorbeeld in de jaren tachtig lesgegeven aan punks die er vreselijk gevaarlijk uitzagen. Maar dat waren vaak de liefste kinderen van de klas.’