Tussen 1950 en 1970 veranderde het Brabantse Etten drastisch. Ook de kersverse, uit Amerika overgewaaide jeugdcultuur veroverde het dorp. Dat gebeurde wel wat later dan in de Randstad.
In 1950 was Etten een klein boerendorp met een hoge werkloosheid. Er waren maar weinig voorzieningen. Toch was er voor de jeugd wel wat te doen. Kinderen konden bijvoorbeeld op zondag naar het patronaat, waar ze onder toezicht vermaakt werden. Maar ook jongeren konden daar terecht: vanaf 1952 mochten zij er op zondag na de mis gezellig tafeltennissen. Veel Ettense jongeren zaten op een katholieke vereniging. Zo had Etten onder meer een afdeling van de Katholieke Arbeidersjeugd (kajotters en kajotsters) en de RK Jonge Boerenstand (RKBJ). En er was natuurlijk ook in Etten een harmonie: Apollo, opgericht in 1871.
Vanaf 1930 werd Etten ook een echt sportdorp. De Ronde van Etten, die voor het eerst in 1936 werd gereden, trok bijvoorbeeld veel publiek. Maar nog spannender voor de jongeren uit het dorp waren de motorcrossraces, die rond 1950 werden gehouden op de Leemputten. Daar kwamen zelfs 25.000 toeschouwers op af. Bij de katholieke verenigingen kon je ook sporten. Ieder jaar deden de Ettense kajotters en kajotsers en de RKBJ mee aan sportdagen. Ettense meisjes konden strijden om de titel voor ‘beste ritmische gymnaste met een bal, hoepel of knots,’ de jongens marcheerden en bouwden levende piramides.
Etten begon in de jaren vijftig snel te veranderen, want de overheid riep de regio rond het dorp 1953 uit tot ‘stimuleringsgebied.’ In Etten werd een groot industriepark gebouwd, dat veel nieuwe banen creëerde. In de jaren zestig en zeventig verhuisden duizenden mensen uit heel Nederland naar het dorp om er te komen werken. Etten groeide dan ook snel, net als Leur, het naburige dorp. De twee dorpen hadden in 1946 samen ruim elfduizend inwoners. In 1961 waren dat er veertienduizend en in 1978 was de bevolking bijna verdubbeld, tot 27.000 inwoners. De bevolking van de twee dorpen werd gemiddeld ook jonger: er kwamen meer jongeren.
Katholieke verenigingen waren bang dat alle maatschappelijke en culturele veranderingen slecht waren voor de jeugd. ‘Spoedig nemen velen van deze jonge mensen de allures aan van hun volwassen collega’s, waarvan zij helaas niet veel goeds leren. Hun geweten raakt spoedig afgestompt, en zij beginnen af te glijden van het goede pad,’ waarschuwde de voorzitter van het arbeidsbureau in 1954. De KAJ organiseerde daarom in 1954 en 1955 in Etten lezingen voor werkende jongeren, om hen op het rechte pad te houden.
Maar de Ettense jeugd trok zich van al dat gesomber weinig aan. Zij begonnen in de loop van de jaren vijftig naar de nieuwe rock ‘n’ roll muziek te luisteren, gingen graag dansen of naar een spannende film. Vanaf 1958 konden zij terecht in een nieuw cultureel centrum, De Nobelaer, waar evenementen en voorstellingen konden worden gehouden. Maar dé ontmoetingsplek voor jongeren werd in de jaren zestig De Tienerhoeve, een boerderij aan de Hoevenseweg. Daar kwam de Ettense jeugd om muziek te maken, naar muziek te luisteren – bijvoorbeeld naar de lokale beatband Black Jewels – te picknicken, te feesten, te dansen en gewoon te hangen. ‘s Avonds stond de parkeerplaats niet zelden vol brommers.
Ook het Ettense sportleven bloeide in de jaren zestig als nooit tevoren. De voetbalvereniging Internos had niet meer genoeg aan de twee voetbalvelden waar ze altijd oefenden, omdat de club zo hard groeide. En er kwam een tafeltennisvereniging, handbalvereniging, hockeyclub, gymclub, een korfbalvereniging en zelfs twee judoclubs. Op de rijvereniging Concordia Florebit – die al sinds 1922 bestond – kwamen aan het eind van de jaren vijftig de eerste meisjes op les. De gemeente bouwde voor de jonge sporters allerlei sportvoorzieningen, zoals een tennispark, een zwembad en in 1969 een groot sportcomplex: De Lage Banken, waar veel van de nieuwe sportverenigingen een plekje kregen.