Brabantse dorpen in ontwikkeling

Toen in 1945 een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog, lag Nederland in puin. Veel steden, waaronder het Brabantse Eindhoven, waren gebombardeerd. De eerste jaren na de oorlog stonden dan ook in het teken van de wederopbouw.

 

Al snel keerde de rust en het vertrouwde, verzuilde leven van voor de oorlog terug, ook in de Brabantse dorpen. Maar er veranderde veel in de decennia die volgden. De bevolking groeide snel, de welvaart nam toe en de industrie bleef zich ontwikkelen, met grote gevolgen voor de agrarische sector.

 

Meteen na de oorlog was er sprake van een ware geboortegolf, de babyboom. De groei van de bevolking betekende in de eerste plaats een stijgende vraag naar huizen. In hoog tempo werden in steden en dorpen nieuwe woonwijken uit de grond gestampt. Vooral in de kleinere dorpen zorgde dit voor veranderingen. Sommige dorpen werden aan een uitdijende stad toegevoegd, zoals Princenhage aan Breda. Andere dorpen kregen aansluiting met elkaar, zoals Etten en Leur.

 

Deze beide dorpen lagen voor de oorlog een paar kilometer uit elkaar. Van de twee was in Leur meer industrie gevestigd. Etten was van oudsher meer agrarisch. De veranderingen in de landbouw, zoals de komst van tractoren, leidde aan het eind van de jaren veertig tot grote werkloosheid onder de bevolking, niet alleen in Etten maar in de hele regio. West-Brabant werd daarom uitgeroepen tot ontwikkelingsgebied. Dit had tot gevolg dat bedrijven die zich wilden vestigen in het gebied, flinke subsidies konden krijgen.

 

De stimulering van de industrie wierp zijn vruchten af. In Etten vestigden zich diverse bedrijven, waarvan Tomado de grootste en bekendste is. De komst van deze producent van keukenartikelen zorgde voor werkgelegenheid voor arbeiders. Voor de hogere functies, zoals het management, verhuisde het personeel mee vanuit Zuid-Holland. Ook dit zorgde voor veranderingen in het dorp. Want de nieuwelingen waren niet alleen protestant en de Ettense bevolking hoofdzakelijk katholiek, de Zuid-Hollanders waren ook wat mondiger dan de bescheiden Brabanders en hadden een meer stedelijke achtergrond, die ze meenamen naar hun nieuwe woonplaats.

 

Etten groeide door de komst van de bedrijven. Uit de hele regio trokken werkloze landarbeiders naar het dorp om daar als fabrieksarbeider aan de slag te gaan. Er werden nieuwe wijken gebouwd, en nieuwe scholen. De aanwezigheid van de fabrieken had tot gevolg dat er een grotere vraag was naar geschoold personeel, en dus naar scholen. Waar voor de oorlog veel kinderen na de lagere school al aan het werk gingen, werd het nu steeds normaler om verder te leren. Er kwam een ambachtsschool en middelbaar beroepsonderwijs.

 

De vraag naar onderwijs steeg overal in Nederland en steeds meer jonge mensen volgden een middelbare of hogere opleiding. Van inwonersgroei en een stijgende vraag naar geschoold personeel was ook in Berkel-Enschot sprake. Berkel en Enschot waren boerendorpen die al in de negentiende eeuw onder hetzelfde gemeentebestuur vielen. Berkel-Enschot kon na de Tweede Wereldoorlog profiteren van de groeiende industrie in het dichtbij gelegen Tilburg en maakte eenzelfde soort groei mee als Etten. En dat gold in grote lijnen ook voor Aalst, een dorp bij Eindhoven. Al in 1919 werd hier de Brabantiafabriek gebouwd, die werkgelegenheid verschafte in het dorp.


Door de stijgende welvaart kregen ook de Brabanders in de jaren vijftig en zestig steeds meer te besteden. Huishoudelijke apparaten, een televisie en een auto waren voor steeds meer mensen weggelegd. Hierdoor kwam de wereld ook in de Brabantse dorpen steeds dichterbij. Waar eens het gebied beneden de rivieren op een bijna onoverbrugbare afstand van de Randstad lag, waren nu voor steeds meer mensen die afstanden wel te overbruggen.

 

Bovendien traden er grote veranderingen op in de agrarische sector, met grote welvaart voor de boeren en werkloosheid voor landarbeiders als gevolg. Dankzij nieuwe machines konden boeren steeds meer werk doen, met weinig of geen arbeiders. De schaalvergroting veranderde de boerderijen in goed lopende agrarische bedrijven. De bio-industrie veranderde het aanzicht van Brabant: de boerderijen groeiden, er kwam meer landbouwgrond beschikbaar en overal werden grote stallen gebouwd.


Niet alleen de Brabantse dorpen waren dus veranderd: ook de levens en het aanzien van de boeren op het Brabantse platteland veranderden in deze periode snel.
 

Video's


Reacties

Er zijn nog geen reacties


Plaats als eerste een reactie

Voor- en achternaam
Reactie
Controle
Type de letters uit de afbeelding over.



Tagcloud

Ga nu naar de website van Erfgoed Brabant
 
X