Jan van Pelt is geboren en getogen in Berkel. Hij herinnert zich goed hoe het dorp eruit zag in de tijd dat Adolfs kwam filmen.
“Ik was 16 jaar toen Adolfs kwam filmen in Berkel. Speciaal voor de film gaf rijvereniging de Cavalieren een demonstratie. Op de foto sta ik met mijn ouders, mijn broer en onze buurman te kijken naar een potje voetbal te paard, met een heel grote bal. Dat zag je niet elke dag in Berkel! Een filmploeg in het dorp, dat was ook echt iets bijzonders. Ik kan me herinneren dat ik opdracht kreeg om in vol tenue op de voetbalclub te verschijnen. Dat het voor de film was werd me niet verteld, want ze wilden dat iedereen zo spontaan mogelijk in beeld kwam.
Ik woon mijn hele leven in Berkel; ik ben geboren op de boerderij waar ik nog altijd woon. Berkel was in die tijd – eind jaren vijftig, begin jaren zestig – een klein dorp met boeren en arbeiders. Het was een gemoedelijke gemeenschap waar iedereen elkaar kende. De boerderijen waren een stuk kleiner dan nu, met een stuk of vijftien koeien, tweehonderd kippen en vijftig mestvarkens. Er waren nog geen moderne machines. Bij het dorsen hielpen de boeren elkaar en als er een kalf werd geboren kwamen de buren langs om er een goede borrel op te drinken.
Het dorp is in de afgelopen vijftig jaar enorm uitgebreid. Boerengrond is opgekocht om er woonwijken op te bouwen. Ook mijn land, daarom heeft mijn zoon het bedrijf voortgezet in Boxtel. In Berkel zijn geen boeren meer, nog maar een paar arbeiders en veel import. Ik ken niet veel mensen meer, alleen degenen met wie ik ben opgegroeid. Het is leuk om de oude beelden van Adolfs terug te zien, ik zie veel bekende gezichten. Maar het is jammer dat er inmiddels al zo veel dood zijn.”