1. Kijk ter inspiratie naar de Adolfsfilms over Berkel-Enschot, Etten-Leur en Aalst.
2. Maak vragen voor je interview. Denk aan vragen als:
- Wat deden jouw grootouders in hun vrije tijd, wat doe jij nu?
- Wat moesten jouw grootouders doen als ze thuis meehielpen? Moesten ze meer of minder dan jij doen?
- Zijn ze ooit verhuisd uit het dorp en waarom?
- Hoe zag hun klas eruit? Welke vakken kregen zij in de laatste klas van de lagere school? Wat zijn de verschillen met jouw klas?
- Zit jij bij een vereniging? Zaten zij bij een vereniging? Ontdek verschillen met jouw eigen vereniging.
- Was er een bepaalde rage toen jouw grootouders jong waren? Bv zoals het sparen van voetbalplaatjes? Wat is nu een rage?
3. Zoek een foto van je grootouders van toen ze zo oud waren als jij nu bent. Het leukste is een foto waarop je grootouder iets doet wat jij nu ook nog doet. Denk bijvoorbeeld aan een foto tijdens carnaval of bij een muziekoptreden. Beschrijf wat er veranderd is in de situatie.
4. Maak een verslag van het interview met je grootouders. Je mag zelf weten welke vorm je daarvoor kiest: je kunt een filmpje maken, het interview uitwerken als een verslag, een strip maken van hoe het vroeger was bij je grootouders of een gedicht, liedje of rap maken. Het belangrijkste is dat je in je verslag de drie grootste verschillen en de drie belangrijkste overeenkomsten tussen jouw leven en dat van je grootouders benoemt.