De dansschool van Jan Vriens was een begrip in het Etten-Leur van de jaren zestig, vertellen Tony van den Berk en haar broer Kees: ‘Hij was een heel slank manneke.’
Op een woensdagavond zit de grote zaal van ouderencentrum Het Anbarg stampvol: zo’n honderd Ettenaren bekijken de oude film die Johan Adolfs in de jaren zestig over Etten liet maken. Als dansschool Vriens in beeld komt, gaat er een golf van herkenning door de zaal. Honderden Ettenaren leerden daar namelijk dansen. Zo ook Tony van den Berk en haar broer Kees, die rond 1962 iedere zondagavond de dansschool aan de Kerkwerve bezochten. ‘We leerden bijvoorbeeld de foxtrot’, weet Tony nog. ‘Maar zo goed als op deze film zijn we nooit geworden.’ De les duurde van zeven tot acht. ‘Maar dat was al laat, onderhand’, lacht ze. ‘Ik moest uiterlijk negen uur thuis zijn.’
Jan Vriens, de dansleraar, bestierde de dansschool met zijn echtgenote. Tony: ‘Hij was een heel slank manneke, zij was een struise, dikke vrouw.’ Kees: ‘Een kop groter dan hij!’ Ook de zoon en dochter van het echtpaar gaven op de dansschool les. Na Vriens’ vroegtijdige dood namen zijn vrouw en zoon de school over, vertelt Kees. ‘Maar na haar dood was het eigenlijk afgelopen.’ Toch bleef Vriens een begrip in het dorp. Er werd ooit zelfs een carnavalsliedje geschreven over de dansschool. ‘Dat is waar ook’, bedenkt Tony, en ze begint het zachtjes te zingen: ‘Eén twee drie vier. Hé trut, kom jij eens lekker bij me staan!’