De dochter van Cees Robben, Petra, groeide op in de jaren zestig en zeventig. Haar jeugd was heel anders dan die van haar vader. Toch waren er ook overeenkomsten.
Petra Robben (50), de derde van zeven dochters, kan zich nog herinneren hoe Berkel-Enschot tijdens haar jeugd veranderde. Er werden veel nieuwe huizen gebouwd: ‘Die wijk noemden wij nog heel lang ‘de nieuwe wijk’. Maar ook op school deed zich een omslag voor, vertelt ze. ‘Toen ik in de vierde klas zat, kwamen er voor het eerst jongens bij ons in de klas.’ Dat niet alleen: ze kreeg zelfs een leraar. ‘Dat was een hele jonge vent’, weet ze nog. ‘Hij was erg populair: hij deed bijvoorbeeld kringgesprekken. Dat vonden wij heel bijzonder, want we hadden nog nooit in een kring gezeten.’ Verder, vertelt Petra, begon de invloed van de kerk op het dagelijks leven duidelijk af te nemen. ‘Mijn twee oudere zussen gingen bijvoorbeeld nog biechten. Dat hoefde ik niet meer.’
Maar sommige dingen veranderden niet. Haar vader speelde tijdens zijn jongensjaren veel buiten, en dat deed Petra ook: ‘Voor het café speelden we in het zand landverovertje. En we gingen elastieken, rolschaatsen, of bij de boeren in de omgeving in de stallen spelen.’ Ook thuis verzonnen ze met haar zussen altijd iets te doen. Petra: ‘We speelden heel veel met de poppen, of we gingen tekenen of borduren. Mijn moeder naaide veel kleren, zij zat dan in de kamer en wij zaten er omheen te spelen.’ Af en toe ging Petra naar ‘Minitini’, dat was een leuke meisjessoos waar je kon knutselen en volksdansen: ‘Het leek op het Katholieke Meisjesgilde, maar dan hipper.’