Drie generaties vertellen over hoe het sportleven in Berkel-Enschot is veranderd sinds de jaren vijftig. ‘Vrouwen en hardlopen was vroeger geen goede combinatie.’
Wie als Berkels meisje in de jaren vijftig wilde sporten, kon terecht bij de Boerinnenbond. Eén keer in de week hield die namelijk gymnastiektraining, vertelt mevrouw De Kort-Mathijssen, nu 78 jaar oud. Zij was één van de twee leidsters: ‘Wij kregen in Tilburg les van een leraar van de Boerenbond. Die leerde ons oefeningen op muziek.’ En de twee leidsters leerden die oefeningen weer aan ‘hun’ boerinnen. ‘Heel leuk waren de sportdagen,’ herinnert mevrouw De Kort zich. ‘Dan kwamen op zondag uit allerlei dorpen de Jonge Boerenstand en de Boerinnenbond bij elkaar. ‘s Middags stond iedereen in het gelid op het weiland, en deden we gezamenlijk oefeningen.’
Het is heel anders sporten dan haar kleindochter Sophie van dertien. Sophie doet namelijk aan tennis en hockey, sporten die vroeger niet voor iedereen waren weggelegd: ‘Nee, de boerinnen gingen niet tennissen’, zegt mevrouw De Kort. ‘Dat was meer voor de rijkere mensen.’
‘Nee, ik ben niet heel rijk’, zegt Sophie. ‘Maar iedereen sport tegenwoordig.’ Sophie sport vaker dan haar oma vroeger: één keer in de week voor hockey en tennis, en ook één hockey-wedstrijd per week. Maar sommige dingen zijn niet helemaal veranderd: Sophie traint, net als haar oma vroeger, alleen met meisjes. ‘Er zijn waarschijnlijk wel gemengde teams, maar wij spelen apart.’
Sophies moeder, Marian de Kort, speelde tijdens haar middelbare schooltijd volleybal, bij een Berkelse vereniging die nu niet meer bestaat. Haar valt op dat het aantal sporten enorm is toegenomen sinds de jaren vijftig. ‘Vroeger was er eigenlijk alleen voetbal of gymnastiek, misschien nog korfbal. Je hebt nu veel meer keuze: je kunt bijvoorbeeld ook op balletles of fitness. En natuurlijk hardlopen. Dat doe ik tegenwoordig ook, maar dat kon vroeger eigenlijk niet. Vrouwen en hardlopen was geen goede combinatie. Tsja. Misschien hadden ze geen geschikte beha’s!’