Achtergrondinformatie

'Leven met een geheim is moeilijk'

Een kind krijgen terwijl je niet getrouwd was, was in Nederland lange tijd een schande. Maar in de jaren zeventig begon de maatschappelijke mening over ongehuwde moeders te veranderen.

 
In de jaren vijftig werden in Nederland ieder jaar zo’n drieduizend ‘onwettige kinderen’ geboren: baby’s van wie de moeder niet getrouwd was. Door de seksuele revolutie van de jaren zestig begon dat aantal in de jaren zestig en zeventig te stijgen, tot ruim vierduizend onwettige kinderen in 1976. Maar betere anticonceptie en abortus zorgden er vanaf de jaren tachtig voor dat steeds minder jonge vrouwen onbedoeld zwanger raakten.
 
Over wat de beste oplossing voor ongehuwde moeders was, en voor hun kind, veranderde de maatschappelijke mening in de loop van de tijd. In de jaren twintig, dertig en veertig vonden de meeste deskundigen bijvoorbeeld dat ongehuwde moeders hun kindje zelf moesten opvoeden. Maar in de jaren vijftig en zestig veranderden psychiaters en sociologen van mening: zij vonden dat kinderen van ongehuwde moeders eigenlijk beter af waren in een pleeggezin. Daarom stonden jonge moeders hun baby in deze jaren steeds vaker af ter adoptie. Zij hadden daarna geen enkel contact meer met hun kind.
 
Vaak speelde druk van de familie of de omgeving een rol bij de beslissing van een moeder om haar kindje af te staan, vertelt maatschappelijk werkster Joke Edzes. ‘Ongehuwd moederschap was een schande, dan was je een gevallen meisje. En alleen het meisje werd er op aangekeken, want aan haar zag je: die is zwanger. Veel meisjes moesten het huis uit en in het geheim bevallen. Dan gingen ze zogenaamd naar het buitenland of naar een tante en kamen ze daarna weer terug, alsof er niks was gebeurd.’ Over de baby werd niet meer gesproken. Dat veroorzaakte veel stil verdriet, weet Edzes: ‘Want leven met een geheim is moeilijk. Het drukt zwaar op je leven.’
 
Een belangrijke organisatie voor ongehuwde moeders was de F.I.O.M.: Federatie van Instellingen voor de Ongehuwde Moeder en haar kind, opgericht in 1930. Hulpverleners van de F.I.O.M. boden praktische en psychische hulp aan ongehuwde moeders en hun baby’s, bijvoorbeeld in opvanghuizen. In de jaren zestig had de F.I.O.M. in heel Nederland 21 opvanghuizen, waar in totaal bijna duizend vrouwen geholpen konden worden. De Stichting Ambulante Fiom, zoals de organisatie tegenwoordig heet, biedt nog steeds hulp bij onbedoelde zwangerschap. Ook vrouwen die onverwerkt verdriet hebben over het afstaan van hun kindje kunnen er terecht voor nazorg.
 
In Brabant stonden twee opvanghuizen voor ongehuwde moeders, beide katholiek. Het Bredase Huize Moederheil, opgericht in 1924, stond onder toezicht van de Kleine Zusters van de Heilige Jozef. In 1968 kon Moederheil 30 moeders en 90 kinderen opvangen. Huis in de Bocht, in Goirle, was in 1945 opgericht voor vrouwen die tijdens de bevrijding zwanger waren geworden van Canadese soldaten. Er konden in 1968 45 moeders en 110 kinderen terecht.
 
De maatschappelijke mening over ongehuwd moederschap begon in de jaren zeventig te veranderen, vertelt Edzes, die al zo’n vijfentwintig jaar bij de Fiom werkt. ‘Dat was de periode waarin ook veel gesproken werd over vrouwenrechten en vrouwenemancipatie.’ Langzaam ontstond het idee dat onbedoeld zwanger zijn eigenlijk geen schande was. ‘En dat je alleen ook best voor een kind kon zorgen, als je dat wilde.’ De invoering van de bijstandswet in 1965 maakte dat ook makkelijker.
 
De afgelopen twintig jaar zijn steeds meer afstandsmoeders op zoek gegaan naar hun kinderen. Edzes is sinds de jaren negentig daarom ook betrokken bij zoekacties naar biologische familieleden. Ze kent veel aangrijpende verhalen van vrouwen die in het verleden het liefst zelf hun kindje hadden opgevoed, maar dat niet konden of mochten. ‘Dat vind ik iedere keer heel verdrietig, als je hoort van mensen dat er geen dag geweest is dat ze niet aan hun kindje gedacht hebben.’ Maar soms ontstaat er door haar inspanningen uiteindelijk toch een bijzonder contact tussen ouders en kinderen. ‘Dat geeft mij veel voldoening.’
 
Anno 2010 is de houding van de samenleving ten opzichte van ongehuwd ouderschap minder negatief dan vroeger. Maar er bestaan wel grote bezwaren tegen jóng ongehuwd ouderschap. Uit een onderzoek van de Fiom in 2009 bleek bijvoorbeeld dat tweederde van de Nederlandse bevolking afkeurend staat tegenover tienermoeders die hun kind alleen op moeten voeden. Toch vindt de meerderheid wel dat tieners zelf de opvoeding moeten dragen als zij een kind krijgen. De meeste jonge moeders lukt dat ook, met steun uit hun omgeving. Er zijn niet veel moeders meer die afstand doen van hun baby. Edzes: ‘Het zijn er nu twintig tot veertig per jaar, in heel Nederland.’
 
Meer informatie
Voor meer over de geschiedenis van de Fiom en de huidige hulpverlening van de organisatie kun je terecht op www.fiom.nl

Video's

Achtergrondinformatie

Reacties

Er zijn nog geen reacties


Freya biedt nieuws, achtergrond-informatie, ervaringsverhalen en contact over vruchtbaarheid, problemen met zwanger worden en ongewilde kinderloosheid. Freya is een landelijke en onafhankelijke vereniging met ruim 3.000 leden. Informatieverstrekking, lotgenotencontact en belangenbehartiging zijn de drie sleutelwoorden van de dienstverlening van Freya.Voor meer informatie: www.freya.nl.

Fiom verleent hulp en biedt informatie aan mensen die vragen of problemen hebben op het gebied van een onbedoelde zwangerschap. Ook helpt de Fiom bij het verwerken van zwangerschapsverlies en ongewenste kinderloosheid, biedt adoptienazorg en doet (inter)nationale zoekacties naar familieleden. Meer informatie vindt u op www.fiom.nl.

Ga nu naar de website van Erfgoed Brabant
 
X