Achtergrondinformatie

Er ligt een engeltje achter de heg.

De babysterfte in Nederland is sinds de jaren vijftig flink gedaald, van 14.000 per jaar in 1950 naar 1.700 in 2008. De Nederlandse samenleving had tot aan de jaren tachtig weinig aandacht voor de rouw van ouders die hun baby verloren.

 
In het katholieke Brabant van de jaren vijftig en zestig heette een overleden baby een ‘engeltje.’ Althans: als hij gedoopt was, want dan hij ging direct naar de hemel. Het kindje kreeg witte kleertjes aan en werd opgebaard in een klein kistje. Ouders en kinderen uit de buurt versierden de kist met bloemenkransen, linten en strikjes. Er bestonden zelfs speciale bidprentjes voor overleden kinderen. Deze katholieke ‘engeltjes’ werden begraven in gewijde grond: een heilig, katholiek graf. Sommige baby’s kregen een speciale kinderuitvaart, met bloemen, muziek en mooie gedichten.
 
Heel anders ging het als een kindje niet gedoopt was voordat het stierf. Een ongedoopte baby – vaak doodgeboren – ging volgens de katholieke kerk naar het zogenaamde voorgeborchte, een plek tussen hemel en hel. Daarom kregen deze baby’s een graf in ongewijde grond. Vaak was dat een hoekje achter een heg, of in de struiken tussen andere graven. Het kindje werd niet opgebaard en kreeg zeker geen speciale kerkdienst. Voor de ouders was dit vaak erg verdrietig. ‘Het was een extra emotionele last,’ schrijft onderzoekster Laurie Faro, ‘dat hun ongedoopt gestorven kind door anderen niet als een ‘engeltje’ werd beschouwd en er geen rouwrituelen mochten zijn.’
 
Geen wonder dat het katholieke tijdschrift Huwelijk en Huisgezin in 1929 al tips gaf over het zogenaamde Nooddoopsel. Katholieke ouders konden in geval van nood hun kindje tijdens de geboorte zelf dopen: als het dan stierf, kwam het toch in de hemel. Het enige dat nodig was, was water, het maakte niet uit wat voor soort water: ‘zeewater, rivierwater, regenwater, put- en leidingwater, bronwater, welwater, etc. …. ook water uit gesmolten ijs of sneeuw.’ Maar het kindje móest nog leven als het gedoopt werd. Het was streng verboden om een dood kindje toch te dopen.
 
De medische wereld had in de jaren vijftig en zestig weinig aandacht voor doodgeboren kinderen, of voor kinderen die vlak na hun geboorte overleden. Tot ongeveer 1980 noemden wetenschappers de dood van een baby rond de geboorte zelfs een ‘non-event’ (een non-gebeurtenis). Gynaecologen leerden tijdens hun opleiding dat ouders hun verdriet beter verwerkten als het dode kindje direct werd weggehaald. Veel ouders kregen hun in het ziekenhuis overleden baby dus niet te zien en kwamen nooit te weten wat er met het lichaam was gebeurd.
 
Het ziekenhuis regelde vaak de begrafenis. Het kon zelfs gebeuren dat het lichaam van een doodgeboren kind werd meebegraven in de kist van een volwassene, weet Machteld Wafelbakker van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen: ‘Vooral bij het tegelijk overlijden van de moeder en het kind kwam dat voor.’ Maar omdat het volgens de Wet op de Lijkbezorging (1955) officieel verboden was om meer dan één lichaam in een kist te begraven, is niet bekend hoe vaak dat gebeurde.
 
De katholieke kerk werd zich in de jaren tachtig bewust van het verdriet van ouders van ongedoopt gestorven kinderen. Vanaf 1983 konden deze baby’s daarom toch een officiële katholieke uitvaart krijgen. De voorwaarde was, dat de ouders van plan waren geweest om hun baby te laten dopen. Maar bij een bevalling in het ziekenhuis hadden katholieke ouders nog steeds te maken met artsen en gynaecologen die nauwelijks aandacht schonken aan rouwverwerking bij een doodgeboren baby.
 
Deze houding van artsen ten opzichte van dood rond de geboorte veranderde uiteindelijk in de jaren negentig. Wetenschappelijk onderzoek toonde aan dat het juist goed was voor de verwerking als ouders afscheid konden nemen van hun overleden kindje. Ook tastbare herinneringen als foto’s bleken heel zinvol. Ziekenhuizen veranderden hun beleid. Ze namen zelfs maatschappelijk werkers in dienst die zich specialiseerden in sterfte rond de geboorte, iets dat tien jaar eerder ondenkbaar was.
 
Tegenwoordig kunnen ouders op veel verschillende manieren afscheid nemen van hun overleden baby. Ze kunnen naast foto’s bijvoorbeeld hand- en voetafdrukjes laten maken, rouwkaarten versturen, of de baby opbaren. Veel begraafplaatsen hebben speciale kinderhofjes, en veldjes waar de as van gecremeerde kinderen kan worden uitgestrooid.
 
Op 20 april 2007 verklaarde de katholieke kerk het voorgeborchte voor kinderen ‘achterhaald’. Kardinaal Ad Simonis bood namens de kerk zelfs zijn excuses aan, omdat ‘pijnlijk aan het licht is gekomen, hoe de nabestaanden van de ongedoopte kinderen zich toen in de steek gelaten voelden door de kerkelijke cultuur.’ Sindsdien hebben veel katholieke begraafplaatsen monumenten opgericht voor ongedoopt gestorven baby’s uit het verleden. Opvallend – en onverklaarbaar – is dat Brabant veel meer van deze monumenten heeft dan andere provincies. Zuid-Holland telt er in 2009 tien, Limburg acht. Maar in Brabant staan er veertig.
 
Meer informatie
Lees hier een artikel van Laurie Faro over babysterfte in Brabant.
Hier vind je een mooi artikel over monumenten voor ongedoopt gestorven kinderen. 
De website peuteren.nl heeft een lied gemaakt over zuigelingensterfte. Het lied is gezongen door Wieteke van Dort en heet Toch hoor jij er altijd bij. Het lied is gratis te downloaden op de site van peuteren.nl.

Video's

Achtergrondinformatie

Reacties

Er zijn nog geen reacties


Freya biedt nieuws, achtergrond-informatie, ervaringsverhalen en contact over vruchtbaarheid, problemen met zwanger worden en ongewilde kinderloosheid. Freya is een landelijke en onafhankelijke vereniging met ruim 3.000 leden. Informatieverstrekking, lotgenotencontact en belangenbehartiging zijn de drie sleutelwoorden van de dienstverlening van Freya.Voor meer informatie: www.freya.nl.

Fiom verleent hulp en biedt informatie aan mensen die vragen of problemen hebben op het gebied van een onbedoelde zwangerschap. Ook helpt de Fiom bij het verwerken van zwangerschapsverlies en ongewenste kinderloosheid, biedt adoptienazorg en doet (inter)nationale zoekacties naar familieleden. Meer informatie vindt u op www.fiom.nl.

Ga nu naar de website van Erfgoed Brabant
 
X