Wensouders

Van een pasgetrouwd stel in de jaren vijftig werd verwacht dat ze snel kinderen zou krijgen. Maar niet bij elk stel lukte dat. Ongewenste kinderloosheid was niet alleen een bron van veel verdriet, maar ook van schaamte. Tussen de doorgaans grote, Brabantse gezinnen viel je als kinderloos echtpaar flink uit de toon. De mogelijkheden voor kinderloze stellen om een gezin te stichten waren schaars en vaak omgeven door een sfeer van geheimzinnigheid. Zo was het taboe rondom adoptie groot en ook over de beperkte medische mogelijkheden werd niet openlijk gesproken.


De meest voor de hand liggende optie voor kinderloze stellen in de jaren vijftig was adoptie. Jaarlijks werden tot het eind van de jaren zestig enkele honderden kinderen geadopteerd, bijna allemaal Nederlandse kinderen die werden afgestaan door ongehuwde moeders. Kinderen die vaak werden opgevoed als eigen kinderen: de meesten wisten niet dat ze geadopteerd waren. Kinderen uit het buitenland adopteren kwam nog weinig voor en in de sporadische gevallen ging het vaak om kinderen uit andere Europese landen. Maar vanaf 1968 veranderde dit, mede dankzij een bijzondere oproep.


‘Al red je er maar één!’, zei schrijver Jan de Hartog in het veelbekeken programma van Mies Bouwman in 1968. De schrijver had enkele dagen voor het interview twee meisjes uit Zuid-Korea geadopteerd. De oproep van Jan de Hartog om deze kinderen een thuis te geven was niet aan dovemansoren gericht. Onmiddellijk na de uitzending, waarin onder meer beelden werden getoond van de twee meisjes die De Hartog en zijn vrouw in huis hadden genomen, werd de VARA platgebeld door mensen die allemaal een lief Koreaans baby’tje wilden adopteren. De tv-beelden van arme derdewereldkinderen, het gevoel iets goeds te willen doen voor de wereld en oproepen zoals die van Jan de Hartog hielpen hierbij. Bovendien waren de opvattingen over gezinsvorming inmiddels behoorlijk veranderd. Ouders bepaalden voortaan zelf hoeveel kinderen ze wilden en bovendien maakte het niet langer uit dat een kind niet op zijn ouders leek, of zelfs een andere huidskleur had.


Langzaamaan groeiden ook de medische mogelijkheden. De eerste medische oplossing was KI of KID: Kunstmatige Inseminatie, of Kunstmatige Inseminatie Donorzaad. In de jaren zestig stond deze behandeling nog in de kinderschoenen en was behoorlijk controversieel. Sommige artsen waren voorstander van KID, maar veel artsen waren juist tegen inseminatie. Door gebruik van donorzaad zouden de verhoudingen tussen moeder, vader en kind scheef zijn, omdat de moeder ook de biologische moeder is, en de vader niet de biologische vader. Daarbij kwam dat de katholieke kerk uitgesproken tegenstander was van alle ‘niet-natuurlijke’ voortplanting, en daar hoorde KID ook bij.


De bezwaren tegen KID werden in de loop van de jaren zeventig minder. Tegelijkertijd werden de medische mogelijkheden om een kind te krijgen uitgebreid. Dankzij IVF, in-vitrofertilisatie of reageerbuisbevruchting, zijn er sinds 1978 wereldwijd ruim drie miljoen zeer gewenste kinderen geboren. Het aantal geadopteerde kinderen neemt de laatste decennia juist af. Na het hoogtepunt in de jaren tachtig, toen er bijna tweeënhalfduizend adopties per jaar plaatsvonden, is dat aantal teruggelopen tot achthonderd kinderen in 2008. Veel Koreaanse kinderen zitten daar niet meer bij, de meeste kinderen worden tegenwoordig uit China geadopteerd.


Meer weten over ongewenste kinderloosheid en adoptie? Het Fiom geeft antwoord op veel vragen en organiseert geregeld bijeenkomsten. Zo organiseert het Fiom Eindhoven thema-avonden voor geadopteerden, afstandsmoeders en adoptie-ouders, cursussen voor ouders van buitenlands geadopteerde kinderen, bijeenkomsten voor ouders met adoptiekinderen in de puberleeftijd en is er een gespreksgroep voor mensen met een onvervulde kinderwens.

Reacties

Er zijn nog geen reacties


Baby's in Brabant

Tagcloud

Ga nu naar de website van Erfgoed Brabant
 
X