Molukkers in Brabantse woonoorden

In 1949 werd Indonesië een onafhankelijke republiek, tot grote onvrede van Nederland. Een groot aantal KNIL-militairen afkomstig van de Molukken wilde niet in Indonesië blijven uit angst voor represailles. De Nederlandse regering wilde dat de Molukkers een eigen bestuur binnen de nieuwe republiek zouden krijgen. Tot het zover was, zouden de Molukkers in Nederland onderdak krijgen.


Met het idee snel weer naar huis te kunnen, arriveerden de duizenden Molukse gezinnen in Nederland. Ze werden ondergebracht in woonoorden verspreid over Nederland. In Brabant waren zeven woonoorden – door de Molukkers kampen genoemd - waarvan het voormalige concentratiekamp Vught de grootste was. Het kamp was omgebouwd tot woonoord Lunetten.

 

De Molukse gezinnen woonden er in houten barakken. Elk gezin beschikte over een ruimte van ongeveer twintig vierkante meter, waarvan elk hoekje werd benut. Een eigen keuken hadden ze niet. In de centrale keuken werd in eerste instantie Hollandse pot geserveerd, maar na protest werden de Nederlandse koks vervangen door Molukse.


Al snel was duidelijk dat de Molukken binnen de Republiek Indonedië geen eigen bestuur zouden krijgen. En zodoende werden de woonoorden in Nederland niet een tijdelijke, maar een permanente verblijfplaats voor de Molukse gezinnen.


Een groot kamp als Lunetten was een soort dorp met veel voorzieningen, zoals een kerk, een huishoudschool en een ulo. Maar veel werk was er niet voor de voormalig militairen, die bij aankomst in Nederland hun ontslag kregen. Veel kinderen kijken met plezier terug op hun jeugd in de kampen. Zanger Aïs Lawatta groeide op in Lunetten: ‘Het kampleven in Vught in die oude barakken was voor ons kinderen heel gezellig. Er zaten altijd jongelui met gitaren en ze hadden bandjes.’


Maar voor volwassenen was het leven in de kampen moeilijk. Een kleine woning, geen werk en een leven dat zich vanwege het weer veel meer binnen afspeelde dan ze in Indonesië gewend waren. Hierdoor was een leven buiten de barakken, in de open lucht, een groot deel van het jaar niet mogelijk. Maar het leven in de kampen was ook hecht: ‘Er was dan wel roddel en achterklap, iedereen wist alles van elkaar, er waren enorme ruzies, maar men feestte en rouwde samen, er was altijd hulp als die nodig was en men kon in- en uitlopen bij iedereen.’


Vanaf 1960 verhuisden de kampbewoners naar woonwijken. Maar in 1964 werd de bouw van deze wijken, speciaal bedoeld voor de Molukse gezinnen, gestopt om de Molukkers ‘een kans te geven opgenomen te worden in de Nederlandse samenleving’. Al snel bleek dit, na 13 jaar in hun eigen gemeenschap te hebben gewoond, geen realistische kijk op de woonvoorkeuren van de Molukkers te zijn. En dus bleven er nieuwe wijken komen en bleef de Molukse gemeenschap hecht. Sommigen bleven lang in hun ‘kampen’: de laatste woonbarakken in Lunetten maakten pas in 1992 plaats voor een woonwijk, waar veel Molukkers een huis kregen.
 

Foto's


Reacties

Er zijn nog geen reacties


Baby's in Brabant

Tagcloud

Ga nu naar de website van Erfgoed Brabant
 
X